
Modeshow 750 jaar Amsterdam
Op 25 oktober werd op De Kring het 750-jarig bestaan van Amsterdam gevierd met een modeshow georganiseerd door Willem en Sultana Fonteijn, Annelies Rigter en Remy Vlek. Juryleden waren Ellie Maliepaard en Timji Kuijlaars. Cornelis Visser stond de modellen op de catwalk bij. De eerste prijs, een armband gemaakt door Ralph, ging naar Annelies Bookholt voor haar magnifieke tulpcreatie.
Foto’s gemaakt door Annelies Rigter, Cees Beuzekom en Roel van den Ende.
1. Annelies Bookholt – Tulpenmania. Amsterdam 1634-1637
Ik ben een tulp, mijn bollen zijn zeldzaam, begeerd en duurder dan een grachtenhuis. Mijn schoonheid werd mijn prijs en mijn kleur een contract. Ze fluisterden mijn naam in de salons, waar winstgeur zwaarder weegt dan parfum. Iedere koopman wilde beleggen in één bol van mij en voelde zich koning! De meest winstgevende bloem. Ik bloeide op in hun hebzucht. Schoonheid is vluchtig en de bubbel barstte bij zonsopgang. Wie biedt er meer voor mijn glorie… die morgen vergaat?
1.b. Koopcontract tulpenbol
2. Marion Visser – Aaltje van de garenmarkt. Gouden eeuw.
Ik ben een dienstmaeght. Zoon brave Henrik van Loon heeft mij verleid en nu – oh, ik moet zo snikken – heeft mevrouw mij op straat gezet. Ik kan heel mooi borduren en verstellen en vraag: Wilt u mooie vrouwe, mij alstublieft in dienst nemen?
3. Joop Haring – Jacob van Lennep.
De Amsterdamse schrijver, jurist en politicus Jacob van Lennep, heeft een enorme invloed en betekenis gehad voor de stad Amsterdam in de 19e eeuw. Door zijn inzet kregen de Amsterdammers schoon water uit de duinen. Het plan kreeg toestemming van Koning Willem III in 1845 en in 1851 werd de Amsterdamse Duinwater Maatschappij opgericht. In 1853 kon je bij de Haarlemmerpoort één emmer schoon water kopen voor één cent.
Hij was lid van de 2e kamer en later ook lid van de Provinciale Staten, herschreef de grondwet van 1815 in 1844 en behoorde tot de stads-elite met o.a. de fam. Trip en Six.
4. Harriet Jellema – Badeloch van Aemstel.
De scène speelt zich af in de tijd van Floris de V, halverwege de 13e eeuw. In deze tweede scène van de Gijsbrecht van Aemstel is zij in de veronderstelling dat haar man is gesneuveld.
In de “Rei van de Burhgzaten” bezingen de bewoners van de burcht haar verdriet.
“Waer werd oprechter trouw dan tusschen man en vrouw Ter weereld oit gevonden?
Twee zielen gloênde aen een gesmeed,
Of vast geschakelt en verbonden in lief en leed”.
5. Guurtje Buddenberg – Couture Frans Molenaar.
Over een outfit voor de ‘catwalk’ 750 jaar mode en cultuur in Amsterdam op De Kring heb ik lang gedubt. Ik dacht aan onze typisch Amsterdamse films Kees de jongen of Ciske de Rat die zich in respectievelijk in 1890 en 1932 afspelen en aan de film die we hadden willen maken Gijsbreght van Aemstel. Ik voelde wel wat voor Badeloch of de Engel van Amsterdam. Maar ik wil de Amsterdamse modeontwerpers eren waar ik kleding van heb gedragen zoals Sophie van Kleef, Frank Govers, René Gerritse, Fong Leng en Puck & Hans. Van Frans Molenaar heb ik nog deze 70er jaren creatie in de kast hangen die is aangeschaft voor de première van Een vrouw als Eva.
6. Annette Roodhart – Helen Clay Frick.
I am Helen Clay Frick from New York, daughter of the art collector Henry Clay Frick. I’m in Amsterdam to source a Rembrandt and am underwhelmed by Amsterdam fashion. I don’t see any Vionnet, Poiret or Lanvin! Although I shouldn’t be surprised looking at those dour black dresses in dad’s Golden Age paintings.
7. Coby van den Berg – Engel van Amsterdam.
Hier verschijnt voor u een oude vrouw van 750 jaar oud. Ik dien te waken over Amsterdam en haar inwoners. U kent mij wellicht als Stedemaagd of Engel van Amsterdam, al dan niet met schild van Amsterdam. Ik ben vereeuwigd in standbeelden, boeken, gedichten en musicals. Ooit waakte ik over nauwelijks 1000 bewoners, inmiddels over 1 ½ miljoen inwoners. U begrijpt hopelijk dat dit geen eenvoudige taak is en ik vraag u goed voor mij te zorgen omdat ik het liefste en mooiste was dat een in 2017 overleden burgemeester van mij vond.
8. Barbara Gozens – Ode aan haar vader.
Amsterdam is groot geworden door de zeevaart. Barbara eert de zeevaart en haar vader, Berend Gozens, door zijn uniform te showen. Hij was van 1939 tot 1968 gezagvoerder bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland in Amsterdam. Soms bleef hij 5 maanden weg, zeker als het Suez-kanaal gesloten was en ze helemaal om Kaap de Goede Hoop moesten om Azië te bereiken.
Als hij terug was in Amsterdam haalden Barbara, haar moeder en broers hem dan eindelijk weer op van de Oostelijke Handelskade, waar hij hen al opwachtte op de brug van het schip in zijn kapiteinsuniform. Wat was ze trots op zijn gouden strepen met krul.
De pet kon ze niet meer vinden, deze is van BOL.com.
9. Marjanne Vermeer – Charleston lady. 1920-1930. Roaring Twenties.
Deze dans komt uit de plaats Charleston in de VS en werd beroemd door de show “running wild” op Broadway. Een voor die tijd zeer vrije dansvorm, gedanst op jazzmuziek, waarbij ook de heupen meedoen. Josephine Baker danste in Parijs de charleston en zo werd deze dans razend populair in Europa en dus ook in Amsterdam met de bijbehorende mode: geen korsetten meer, rechte franjejurken met V-hals voor en achter, hoofdbanden met veren of rozet, lange zwierige kettingen, stola’s, boa’s en schoenen met bandjes. Mijn oma danste ook de charleston en woonde op de Overtoom in Amsterdam.
10. Eva Sasbach – Mathilde Willink.
Mathilde — de muze die niet leefde, maar vonkte. Haar kleding was geen mode, maar magie: een pantser van verf, stof en durf. Ze liep niet door Amsterdam, ze zweefde er — tussen droom en schandaal. Waar anderen kleur droegen, wás zij kleur. In een stad vol nuchterheid koos zij voor betovering — en dat is pure moed. Haar geest waart nog rond tussen de grachten, in elke flamboyante ziel die weigert grijs te worden. Mathilde leerde Amsterdam dat schoonheid geen compromis duldt. Vandaar de ode aan Mathilde. Vandaag loop ik in haar spoor — met opgeheven hoofd, en glitters als wapens tegen de middelmaat.
11. Lenny Moeskops – Ode aan papierwinkel ‘Vlieger’.
Mijn bruidsjapon is een ode aan Vlieger, een Amsterdamse familiezaak gespecialiseerd in papier en kunstenaarsbenodigdheden, die dit jaar 150 jaar bestaat. Daar heb ik diverse soorten papier gekocht en daaruit 10 papieren bruidsjaponnen gemaakt, inclusief accessoires. Vervolgens op modellen gefotografeerd en op diverse plekken de serie Papieren Bruiden geëxposeerd.
Mijn visie op een bruidsjapon is, dat je deze net ze goed van papier kunt maken. De japon is maar één dag in je leven van nut en daarna komt hij gestoomd en wel aan de kastdeur te hangen. Zo’n papieren jurk kan je lekker weggooien, heb ik ook gedaan, maar niet nadat ik van iedere jurk een stuk papier heb afgeknipt om daar weer opnieuw een japon met accessoires van samen te stellen. Na deze catwalk show gaat hij echt de prullenbak in. Ben drie keer getrouwd, echt genoeg! Even tussen ons, mijn lingerie is ook van papier, willen jullie dat zien?
En mijn schoenen heb ik ook zelf gemaakt. Heel veel werk!
12. Lucia van Heck – Aletta Jacobs 1854-1929. Jeroen Zonneveld – Carel Gerritsen 1850-1905.
Aletta Jacobs was de eerste vrouwelijke dokter. Zij streed voor betere levensomstandigheden van vrouwen. Zij richtte de eerste anticonceptie kliniek van de wereld op in Amsterdam. Door haar introductie van het pessarium, werd het beperken van het kindertal mogelijk. Via haar vriend Carel Gerritsen komt ze in contact met de ‘social reformers’. Zij streed voor vrouwenkiesrecht en wereldvrede.
Carel Gerritsen was een feminist en neo-malthusiaan. Als lid van de Radicale Bond was hij gemeenteraadslid, wethouder in Amsterdam en lid van de Tweede Kamer. Hij bouwde vanaf zijn 25e aan een bibliotheek over de vrouwenbeweging. Daardoor leerde hij Aletta Jacobs kennen. Hun feministische bibliotheek werd wereldberoemd.
Samen streden zij voor het vrouwenkiesrecht, sociale hervormingen en toegang tot de gezondheidszorg voor iedereen.
13. Marguerite Berreklouw – Clara van den Enden. Frans-Joseph Joordens als Baruch Spinoza (1632-1677)
Ze kenden elkaar van De latijnse school, die was opgericht door de vader van Clara. Spinoza knielt voor haar en biedt een trouwring aan. Clara wil niet, ze vindt hem te oud. Ze schelen 9 jaar.
14. Gerard Polhuis – Dirck Kerckrinck.
Ook de flamboyante en briljante medicus Dirck Kerckrinck is verliefd op Clara. Zijn aanzoek accepteert ze wel. Ze trouwden op 5 februari 1671 In Amsterdam.
Kleding en pruiken mannen: de Hoppezak in Leiden, plus het hoofdkapje van Clara.
Kleding Clara: kledingkast van Marguerite en twee kleedjes van website Temu.
15. Minka van Stoutenburg – Johannes Hudde.
Johannes Hudde, wetenschapper en een van de burgemeesters van Amsterdam in de Gouden Eeuw. Bewindhebber van O.I. Compagnie. Betrokken bij de waterhuishouding, en bij de verdediging van Holland middels het uitdiepen van de grote rivieren en werking van de waterlinie. Hij zorgde voor schoner water in de grachten.
16. Mir I Am van Praag – Lizzy Ansingh.
Maria Elisabeth Georgina, roepnaam Lizzy Ansingh, geboren op 13 maart 1875 en overleden 14 december 1959. Lizzy’s grootvader was Johan George Schwartze een van de oprichters van Arti & Amicitae. Lizzy groeide op in Amsterdam aan de Prinsengracht. Vader had daar een apotheek op de hoek met de Utrechtsestraat. Daartegenover woonde de kunstzinnige familie van moederskant.
In 1892 gaat Lizzy bij deze inwonen en ze begint in 1893 als een van de eerste vrouwen aan de Amsterdamse Rijksacademie de schilderklas voor dames. Ze was bevriend met onder anderen Hendrik Breitner, schilder, Frederic van Eeden schrijver, Simon Maris schilder en dichteres en schilder Marie Cremers. Ze ontmoet de andere dames van de schilderklas: Jo Stumpff, Nelly Bodenheim en Coba Ritsema en worden gezamenlijk bekend onder de naam “Amsterdamse Joffers”.
In1906 wint ze de prijs bij Arti voor het schilderij “Dromerijen”. In 1917 mogen ook vrouwen stemmen bij Arti & Amicitae. In 1922 wint ze een gouden medaille voor dit zelfportret. In 1927 brengt ze een kinderboek uit en 1955 ontvangt ze een zilveren medaille van de stad Amsterdam.
Lizzy had een veelzijdige stijl en schilderde poppen, stillevens, portretten en landschappen.
17. Robert van Praag – Benedictus (Baruch) Spinoza.
Ik heb begrepen dat er vanavond nog een Spinoza aanwezig is. Dat moet mijn broer Isaac zijn die ik sinds mijn 23ste verjaardag niet meer mocht zien als gevolg van mijn verbanning.
De religieuze organisaties, met name de joodse maar ook de christelijke heb ik kennelijk boos gemaakt door te verklaren dat God en de natuur een zijn. En mijn verzet tegen politiek gewin en tradities van hen. Ik werd verbannen, maar mijn gedachtegoed is tegenwoordig nog steeds te vinden in de Nederlandse grondwet.
Van handelaar in zuidvruchten tot slijpen van lenzen werd mijn verdienmodel maar ik werd wel gewaardeerd door andere filosofen uit mijn tijd en daarna. In mijn bekendste boek Ethica beschrijf ik de weg naar de vrijheid. Geld heb ik met dit boek nooit verdiend omdat het 1 jaar na mijn dood werd uitgegeven om problemen met het kerkelijk gezag te voorkomen. De uitgave van mijn postuum uitgebrachte boek werd overigens een klassieker in de westerse filosofie.
Ik ben in Amsterdam geboren in de Waterloopleinbuurt in 1632. Maar na afloop van dit feest kan ik weer terugkeren naar mijn graf achter de Nieuwe kerk in Den Haag. Ik werd maar 44 jaar oud.
18. Sultana Fonteijn – Maria van Aelst, 17e eeuw.
Ze werd op jonge leeftijd per schip naar Batavia gestuurd om daar een VOC-man te huwen en kinderen te baren. Maria is 5 x getrouwd. Haar mannen overleden binnen korte tijd. Ze heeft geen kinderen gebaard. Wel heeft ze een eigen handel opgericht in koop en verkoop van diamanten en parels. Ze is daar steenrijk mee geworden.
19. Willem Fonteijn – Middeleeuwse monnik.
De monnik brengt zijn dag door met teksten kopiëren. In de marge van één van die teksten schreef hij het eerste Nederlandse gedicht: “Hebban olla vogala nestas bigunnan hinase hic enda thu”. (Zijn alle vogels al begonnen met een nest te bouwen, behalve jij en ik).
20. Gerda Jansen Hendriks – Ode aan naoorlogse mode.
Een ode aan alle vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog hard werkten aan de opbouw van Nederland. Vrolijk toen textiel van de bon ging en er geld kwam voor mooie kleren, al of niet zelfgemaakt. Zwierige jurken, strakke jasjes, Dior en Chanel, daar werd je gelukkig van!
21. Joke Bruys – Lopend schilderij van Ans Markus.
Ans Markus schilderde de serie ‘Vrouwen in windsels’. Er zijn kunstenaars die iets schilderen en er zijn kunstenaars die iets ontsluieren. Ans Markus behoort tot de zeldzame laatsten. Achter haar doeken schuilt geen decor, geen masker, maar een ziel.
22. Ton van Leeuwen – Simon de kraker.
Dit is Simon de kraker. Liever geen achternaam. Hij is tegen de monarchie. Hij is de tel kwijtgeraakt hoe vaak hij is verhuisd. Je huissleutels bewaart hij als aandenken. Nu is de maat vol en is het tijd voor aktie!
22.b. Tekeningen Simon de kraker.
23. Suzanne Davina – Audrey Hepburn.
Audrey Hepburn had een duidelijke en betekenisvolle band met Nederland en Amsterdam. Na de Tweede Wereldoorlog studeerde zij ballet in Amsterdam bij Sonia Gaskell, destijds een toonaangevende choreografe en balletpedagoge. In die periode trad Hepburn ook op in Nederlandse theaters, waaronder in Amsterdam, als onderdeel van balletvoorstellingen en benefietoptredens. Haar band met Nederland was bovendien persoonlijk: haar moeder, barones Ella van Heemstra, was Nederlands, en Audrey bracht haar oorlogsjaren door in Arnhem en omgeving. Amsterdam was de stad waar haar artistieke ambities serieus vorm kregen, voordat zij internationaal doorbrak als filmicoon.
24. Wilma van Maldegem – Flower power, jaren zestig.
25. Karin Kallenberg – Bordeelhoudster.
Het is het jaar 1869. Mijn naam is Cornelia ten Kate, eigenares van Maison Cornelia aan de Oudezijds, waar ik een twintigtal nijvere naaisters aan het werk heb. Eertijds was ik slechts Neeltje, de dochter van de kolenboer. Doch reeds vroeg heb ik begrepen dat het in het leven aankomt op de duiten… en de fluiten. Welnu, u ziet het, met die duiten is het bij mij wel naar behoren gesteld. En wat de fluiten aangaat, die laat ik evenmin onbespeeld.
De straten waar ik mijn vak leerde, draag ik in mijn hart. En ja, op mijn rok. Aldus heb ik mijn maison tot bloei gebracht. Wanneer de rode lampjes gloeien, is mijn atelier met de juffers geopend.
Ik nodig de heren in dit gezelschap van harte uit voor een bezoek.































