Liefde, kunst en de gevederde vrienden van Sylvia Willink

‘Duivenpaartje’ is een dubbelportret van deze duif, die door door Sylvia en haar vriendin Christie tijdens een boottochtje van de verdrinkingsdood gered. Na die traumatische ervaring kon ze niet meer vliegen. Ze mocht bij Sylvia blijven wonen in het atelier dat eerder toebehoorde aan de echtgenoot van Sylvia, de wereldberoemde schilder Carel Willink. Je kunt het minder treffen!

Door: Renée Simons  

Duivenpaartje, olie op doek, 65 x 55, 2009

Dat vond Evita ook, ze bleef acht jaar bij Sylvia wonen. Ze vond het gezellig om op de dwarslat van Sylvia’s stoel te zitten als die aan het schilderen was en scharrelde graag rond bij de grote spiegel waar ze blijkbaar een soortgenootje in zag. Dat inspireerde Sylvia tot het ‘Duivenpaar’.

In totaal maakte Sylvia zeven portretten van de vreedzame vogel met haar verenpak van gedekte kleuren en glanzende halsje. Soms was Evita in haar eentje, soms met z’n tweeën, altijd tegen een herfstig decor met een dreigende lucht; één keer met een kapelletje op de achtergrond, dat ze kopieerde van een schilderij van Willink uit 1924. De duivenportretten werden rond 2009 gemaakt.

Terwijl Evita op de vierde verdieping hokte, woonde kat Lucky in de woning op de derde verdieping van het Willinkhuis. Gelukkig wisten ze niks van elkaar.

Liefde, kunst en katten

Sinds zomer 1975 woont Sylvia bij de 44 jaar oudere schilder Carel Willink en in 1977 trouwen ze. Ondanks het leeftijdsverschil was het een zeer liefdevol en harmonieus huwelijk; tot zijn dood in 1983 waren ze onafscheidelijk. In hun woonhuis en atelier herinnert alles nog aan die gelukkige tijd. In de boekenkast veel foto’s van de inmiddels gesuccumbeerde katten Loki, Lucky en Raïsa; Negus en Ploe uit eerdere tijden.  

Ploe 1934 (l); Raïsa 1976 (r)

Net als Sylvia was Carel gek op dieren en schilderde hij ze veelvuldig; duiven en andere vogels, katten en exotische dieren die van hem niet achter tralies hoefden. Hij plaatste ze in een in hek- en kooiloze wereld, maar ging wel vaak naar Artis om ze te schetsen. Sylvia maakte er een filmpje van: Willink en zijn Dieren, te zien op Youtube.*

Er waren altijd katten in huize Willink, belangrijke huisgenoten die werden betrokken in de dagelijkse conversatie. Ook werd er vaak over ze gesproken met poezenliefhebbend bezoek, , zoals Gerard Reve en W.F. Hermans. Natuurlijk werden ze ook geschilderd: de beroemdste kat is de gevlekte kater Negus in de armen van Willinks tweede vrouw Wilma (Museum More.)

Willink schildert Wilma en Negus 1940

Portretten

Na de dood van Carel in 1983 maakte Sylvia een portret van hem met de langharige kat Raïsa. Dat hij net zo’n soort kat had gehad met Wilma, maakte het voor Sylvia extra mooi.
‘Ik noem het Twee Engelen, want ze zijn allebei al gaan hemelen,’ zegt ze. 

Het haar van de man en de vacht van de kat vallen in dezelfde slag, de rimpels in het gelaat komen versterkt terug in de kattenvacht, een zachtmoedige tweezaamheid tegen een nachtblauwe hemel.

Portretten in brons

‘Tweezaamheid’ heet ook het bronzen zelfportret dat Sylvia maakte en waarin ze het dodenmasker van Willink in de haardos verwerkte, zodat ze voor altijd samen zouden zijn.
Ze maakte verschillende portretten in brons van Carel Willink, waaronder het borstbeeld van hem dat in het Carel Willinkplantsoen staat, aan de overkant van hun huis.

Deze driedimensionale werken maken een substantieel deel uit van Sylvia’s oeuvre. In de afgelopen 40 jaar, maakte ze koppen en bustes van veel grootheden uit de wereld van de kunst en literatuur; recent nog de in 2021 overleden dirigent Bernard Haitink voor de dirigentefoyer in het Concertgebouw. In het Concertgebouw staat ook een eerder gemaakt portret van haar hand: de pianist Vladimir Horowitz.**

Sylvia bij de onthulling van het portret van Bernard Haitink in 2023 (l); Borstbeeld Carel Willink, 2000 (r)

Lijken is kunnen

In verf of in brons, het portret is het genre waar Sylvia zich het meest bij thuis voelt. ‘Landschapjes en dergelijke, okay, maar een gezicht is ook een soort landschap. En altijd weer nieuw, anders: andere setting, andere persoonlijkheid. Het liefst wil ik iemand tot leven brengen, ook in brons.’

Ze werkt figuratief, in hoge mate realistisch met een fijne gedetailleerde penseelvoering en een sprankelend palet. De gelijkenis met het model is treffend. ‘Lijken is kunnen,’ zegt ze er zelf over. ‘Ik zie het gewoon goed. Ze hoeven niet te poseren voor mij. Voor Carel wel, hoor. Maar ik maak zelf bruikbare foto’s.’

Als het even kan, schildert ze het huisdier van haar model erbij. ‘Dan wordt het gezelliger, warmer. Mensen kijken toch anders uit hun ogen als ze een dier bij zich hebben.’

Het valt me op dat mens en dier eenzelfde uitstraling hebben, die zo krachtig overkomt dat ze bijna op elkaar lijken. Het blijven twee individuen, autonome wezens met een eigen persoonlijkheid, maar hun onderlinge band is onmiskenbaar; daar is geen uiterlijk vertoon als knuffelen, aaien of sentimentele blikken bij nodig.

Nalatenschap

Na de dood van Carel zette Sylvia zich onvermoeibaar in voor het beheren en veiligstellen van zijn nalatenschap: ze beheert het archief, doet schenkingen aan musea, maakt boeken en filmpjes over zijn werk en werkt mee aan tentoonstellingen en publicaties.

Daarnaast ging ze door met het maken van eigen werk, in opdracht, maar ook voor haar eigen plezier: duiven, portretten van Willink of van door haar bewonderde kunstenaars, zoals de dichter en nobelprijswinnaar Joseph Brodsky, die een gedicht schreef over Willink. Hij onthulde zelf zijn bronzen kop en gaf Sylvia een zoen. Een kopie van het beeld stond bij vriend en vertaler Kees Verheul. De onthulling is te zien op Youtube.***

Frans Pointl in de kattenhemel, 50 x 45, 2015 (l); Lucky voor een schilderij van Willink (r)

Een ander ‘liefdewerk’ is het portret van schrijver en kattenliefhebber Frans Pointl, met wie Sylvia af en toe correspondeerde. Toen ze hoorde dat hij in het Sarphatihuis zat, zonder poezen (!), ging ze hem wel eens iets lekkers van Holtkamp brengen om hem op te beuren. Na zijn dood maakte zij zijn portret: Frans Pointl in de kattenhemel (2015).
‘Dat portret heb ik zelf bedacht, om hem een plek te geven in het Letterkundig Museum. Niet elke schrijver kan zich een portret permitteren,’ aldus Sylvia. Een van de twee afgebeelde katten is haar eigen Lucky. ‘Een fantastische kat, met een sikje en verder helemaal symmetrisch.’ Hoewel Frans geen sikje heeft, krijg je ook nu weer de indruk dat man en kat op elkaar lijken. Een ‘vogelgelijkende wolk’ achter het hoofd van de schrijver verbeeldt misschien de ziel van de schrijver op weg naar de hemel, waar vogel en kat niet meer gescheiden hoeven te leven.

Sylvia Quiël

Uiteindelijk maakte ze ook tijd om haar eigen leven en werk te documenteren. Zittend aan het zonnige raam met uitzicht op de Boerenwetering en het Rijksmuseum, bladeren we door een digitaal plakboek van haar leven. Een leven van liefde, kunst en muziek; óók toen ze nog Quiël heette. Het succes kwam niet met Carel Willink, Carel Willink kwam met het succes: voordat ze Willink ontmoette was ze al een bekend en gewaardeerd portretschilderes.

De la musique avant toute chose

Haar eigen, echte leven begon toen ze als klein kind het tekenen ontdekte. Haar kindertekeningen laten zien hoe precies ze dan al observeert. Neem Een dag uit het leven van Rosita Garcia, waarbij ze de verschillende houdingen van haar geliefde hondje nauwkeurig noteert. In Onder wate’ verbeeldt ze zich dat het bij de vissen toegaat als bij de mensen, met een marktkoopman die kuit als koopje aanprijst, een vis met een boodschappenmandje en rode halsdoek, een deftige octopus… In haar overigens vrolijke fantasie is dreiging niet uitgesloten, maar wordt subtiel gesuggereerd door de aanwezigheid van ooievaar en hengel.

Dit precieze observatievermogen, illustratieve talent en feilloze kleurgevoel zien we steevast terugkomen in het werk dat ze later als professioneel portretschilder zal maken.

Op haar 14e wint Sylvia bij een tekenwedstrijd een ecolineset, waarmee ze haar talent verder kan ontwikkelen. Het geeft haar de mogelijkheid indruk te maken op haar eerste grote liefde, de dirigent Frieder Weissmann, die ze ontmoette in de manege aan het Vondelpark. Weissmann, destijds een wereldberoemd dirigent, gaat daar tijdens zijn dirigentschap in het Concertgebouw vaak rijden; ook  Sylvia is daar graag.

Ik was een echt paardenmeisje en bracht al mijn vrije tijd op de manege door, schreef ze bij bovenstaande tekening. Weissmann valt haar op omdat hij zo’n mooie zit te paard heeft, kaarsrecht; hij is een knappe, interessante man. Ze raken bevriend en opdat hij haar niet zal vergeten op zijn reizen en tussen al die diva’s van de opera, geeft ze hem een tekening van twee paarden en ze vraagt of hij haar een kaartje wil schrijven. Ze gaan corresponderen en Sylvia, als vaderloos meisje, voelt zich opgetild door de aandacht van deze man van de wereld. Hij stimuleert haar haar talent te ontwikkelen. Tijdens zijn afwezigheid leeft ze zich uit in het illustreren van verhalende muziekstukken, zoals Danse Macabre van Saint-Saëns en de Tovenaarsleerling van Ducas – met de ecoline van V&D.

Als bewonderaarster van de destijds zeer populaire tekenaar Eppo Doeve schrijft ze zich in op het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs Quellinus, met het idee illustrator te worden. Maar ze is te vrijheidslievend voor het schoolse beleid van de tekenopleiding.

‘In de modeltekenklas mochten we de gezichten niet mee tekenen, en een van de leraren liet ons schilderen in de stijl van andere schilders.’ De beeldhouwersklas een verdieping lager bevalt haar beter: daar ontdekt ze haar talent voor driedimensionale kunst. Docent Carel Kneulman, maker van het Amsterdamse Lieverdje, leert haar de basisvaardigheden van het beeldhouwen.

Sylvia maakt de opleiding niet af en begint te schilderen. Ze oefent in eerste instantie op zichzelf, wachtend tot ze oud genoeg zal zijn om de vriendschap met Weissmann te mogen voortzetten. Als het zover is, verdiept zich de relatie: hij bezoekt haar in Amsterdam en neemt haar mee op zijn reizen, vaak naar Florence waar hij de Maggio Musicale dirigeert.

Carmiggelt

Die periode is enorm vormend en Sylvia weet zich te ontwikkelen tot een veelgevraagde portretschilderes. Ze schildert bekende acteurs als Hans Bentz van den Berg, Henk van Ulsen, Guus Hermus en andere prominenten, zoals Joop Landré. Het portret dat ze maakt van Simon Carmiggelt wordt in de etalage van De Bijenkorf tentoongesteld en wordt aangekocht door het Letterkundig Museum in Den Haag.

Carmiggelt staat in het Weteringplantsoen, waar hij woonde; op de hoek het kroegje waar hij inspiratie opdeed. Zijn boekje Poespas, dat hij net heeft geschreven, ligt op het bankje, een poes zit ernaast. Op de achtergrond ook het Kurhaus in Scheveningen (oorspronkelijk kwam hij uit Den Haag).

Naderbij

In 1976 verschijnt er een fotoboek met portretten van bekende Nederlanders, die over elkaar schrijven; naar aanleiding van Sylvia’s portret van hem schrijft Carmiggelt:

De zorgvuldigheid waarmee zij schildert verklaart haar grote bewondering voor Carel Willink. Maar haar visie is lichter van toets en niet onheilspellend. Ze werpt overigens een scherpe blik op het model en ze toont een uiterst oorspronkelijke fantasie in het scheppen van een toepasselijke entourage waarin ze dat model plaatst.

In hetzelfde boekje schrijft Sylvia over Carel Willink, want het is een soort ‘zwaan-kleef-aan’ van personen en portretten. Ze schrijft dat ze Willink zo bewondert dat ze zijn werk alleen in reproducties durfde te bekijken, uit angst dat ze bij het zien van zijn echte werk ‘een stomme epigoon’ zal worden.

Als ze eindelijk zijn werk een keer in het echt ziet, een portret van de dichter Roland Holst in het Letterkundig Museum, is die angst in één klap weg en blijft alleen de bewondering over.
Weliswaar schilderen ze allebei op een gedetailleerde figuratieve manier, maar hun werk is heel anders van sfeer! Haar werk is lichter; dreiging en symboliek zijn haar volkomen vreemd, schrijft ze zelf.

Sylvia en Willink ontmoeten elkaar in werkelijkheid, een jaar later zijn ze een paar. Carmiggelt en zijn vrouw Tini zijn getuigen bij hun huwelijk.

En dat andere paar? Evita en Evita?
Ze stierven, zoals duiven dat doen, na een jaar of acht.

Maar terwijl Sylvia over haar leven en liefdes vertelt, komen steeds meer nieuwe Evita’s op de vensterbank zitten.
‘Ze kennen mij,’ zegt Sylvia. ‘Altijd heb ik voer voor ze. Kijk toch eens hoe mooi met die glanzende veertjes, die oranje kraaloogjes!’ Bij Sylvia gaat de liefde nooit voorbij.


*Willink en zijn dieren: https://www.youtube.com/watch?v=KEhhVXmeBu0

**Sylvia is naast schilder, een begenadigd beeldhouwster. Zij produceerde een grote hoeveelheid levensechte bronzen koppen en bustes van bekende en minder bekende mensen, in opdracht of zomaar uit bewondering of liefde voor de afgebeelde persoon. Zoals dichter en nobelprijswinnaar Joseph Brodsky die een gedicht over Willink maakte. Hij kwam speciaal naar Amsterdam om zijn eigen beeld te onthullen. Het gaat te ver om er in dit artikel over de kringprent uitgebreid in te gaan op de bronzen, maar bij de presentatie op 16 mei zullen we er ruimte voor maken want ook die zijn de moeite waard.  
Sylvia Willink, en haar bronzen portretten:
https://www.youtube.com/watch?v=xpaF9IInZlo&t=13s

***Brodsky onthult zijn portret: https://www.youtube.com/watch?v=4gCpv_nWNKc&t=198s