Het gedreven Kringlidmaatschap van Peter Polak

Door Renée Simons

Peter en Michèle, foto: Sacha van Dorssen 2021

Dit jaar is Peter Polak zestig jaar lid van De Kring. De sociëteit was voor Peter een vaste ankerplaats waar hij ‘zijn mensen’ ontmoette. Vrijwel altijd was hij er op dinsdagavond aan ‘de filosofentafel’ met zijn vijf tafelheren.
In die zestig jaar was hij penningmeester en voorzitter, leidde vergaderingen met humor en vaste hand, zorgde voor fatsoenlijke koffie en schitterde als prima ballerina op het 60-jarig jubileum van De Kring.
Zijn eigen 60-jarig jubileum zal hij niet kunnen vieren op De Kring. Al een half jaar komt hij de trap niet meer op. In januari werd de diagnose ALS gesteld.

Ik zoek hem op in het Alkmaarse ziekenhuis waar hij is opgenomen in afwachting van een plaats in een zorginstelling. Met zijn vrouw Michèle en dochter Rosa halen we herinneringen op aan zijn verleden op De Kring. Later sprak ik ook met Peters oudste (kring)vrienden: Han de Vries en Anne Kox.

De kring op De Kring

Peter: ‘In het begin werd ik meegesleept door vrienden, o.a. door Rob Wout (Opland). Nee, nooit door mijn ouders. Die kwamen er niet vaak. Ben was geheelonthouder, een harde werker. Op De Kring kwam hij al zijn patiënten tegen, dat vond hij niet prettig.’
Ben Polak, Peters vader, was huisarts in Amsterdam. Veel van zijn patiënten waren communistische kunstenaars en intellectuelen, verzetsmensen en joden die de kampen of het onderduiken hadden overleefd. Ben hoorde daar ook bij. Deze kring van kennissen en vrienden vormde na de oorlog het merendeel van het Kringpubliek.
‘Opland was ook een patiënt van Ben, ik kende hem verder uit andere cafés in de stad. Toen ik vier keer was geïntroduceerd moest ik zelf lid worden. Dat was in 1964.‘

Op zijn beurt introduceerde Peter zijn vrienden Han de Vries en Bram de Swaan. Ook de gezinnen De Vries en De Swaan behoorden tot de kennissenkring en het patiëntenbestand van Peters vader.

Een kleine Einstein

Han de Vries: ‘Ben heeft mij op de wereld gezet in 1941. Peter ken ik sinds we kinderen waren.’
Hans moeder was joods en kwam met tuberculose en geestelijk geknakt uit de onderduik. Als Ben op huisbezoek kwam nam hij zijn zoontje mee, één jaar ouder dan Han.
HdV: ‘Peter was een ongelofelijk leergierig kereltje: hij las alles, hij kende allerlei medische termen uit zijn hoofd omdat hij met zijn vader visites liep. Een kleine Einstein, dacht iedereen. Als Ben met mijn moeder bezig was, speelden Peter en ik met elkaar. Tot ze naar het volgende adres moesten. Dat ging jaren zo door. ’

‘s-Zomers werden ze, net als andere kinderen van de Amsterdamse Bohème, in zomerkamp Hopsi Topsiland gedropt. De oprichters ervan kwamen uit dezelfde kringen als hun ouders. Frans Weisz heeft er een film over gemaakt, waarin Peter te zien is in gesprek met de regisseur.
Als tieners hadden Peter, Han en Bram een jazzbandje bij de De Swaans op zolder.
PP: ‘Wat de anderen deden weet ik niet meer, maar ik was drummer door op een trommeltje te slaan. De anderen vonden dat ik het best goed deed!’ 

Moertjes- en schroefjesziekte

HdV: ‘Wat Peter ook heel goed kon was dingen repareren. Had je een horloge dat niet meer liep, bracht je het naar Peter. Dat kon hij: dingen van het Waterlooplein uit elkaar halen en in elkaar zetten zodat het weer werkte. Alleen mechanische dingen, geen teddyberen of zo.’
Op zijn 22-ste werd Han de Vries lid van De Kring, en ook nog aangenomen bij het Concertgebouworkest. Om dat te vieren kocht hij een glanzende nieuwe sportwagen.
HdV: ‘Ik had nog niet eens een rijbewijs, dus Peter reed. Van die auto heeft hij elk moertje en schroefje losgedraaid. Omdat ze niet van roestvrij staal waren. Ik werd daar erg onrustig van. Hij had echt een moertjes- en schroefjesafwijking!’

Roddel en achterklap

Na tien jaar onbekommerd lidmaatschap stelde Peter tijdens de ALV een paar vragen over de financiën. Hij werd meteen gevraagd als penningmeester. Dat was midden jaren zeventig.
PP: ‘Wat ik deed als penningmeester? Tja, wat alle penningmeesters van de sociëteit altijd doen: De Kring redden van faillissement! Dat was om de paar jaar raak. De penningmeester was toen ook een soort bedrijfsleider, je moest toezien hoe het barbedrijf reilde en zeilde, en de keuken.Op een gegeven moment moesten we weer eens bezuinigen en toen moest ik Elie Benchetrit ontslaan. Maar dat mocht niet van het arbeidsbureau. Toen hebben we hem kok gemaakt, want die konden we wel gebruiken. Dat deed hij heel goed!’     

Zelf denkt Peter met veel genoegen terug aan de bestuursvergaderingen, die werden afgesloten met het agendapunt ‘roddel en achterklap’ geïntroduceerd door Annemarie Grewel, voorzitter van de ballotagecommissie.
‘Na het vergaderen over beleid, lekker roddelen. Daar sloten we mee af.’ 
Tafelgenoot, vriend en collega-natuurkundige Anne Kox herinnert zich vooral de triomf van de espressomachine. ‘Er stonden altijd van die potten verschaalde koffie die na tien minuten al niet meer te drinken was. Als penningmeester heeft Peter gezorgd voor een professioneel espressoapparaat. Wat waren we daar blij mee! Daar was hij terecht trots op. Een blijvende prestatie!’

De boel een beetje bij elkaar houden

In 1979 volgde Peter Erica van Dijk op als voorzitter, tot 1984. De altijd rumoerige ALV’s  leidde hij met humor en vaste hand.
PP: ‘Er waren altijd van die mensen die maar doorzanikten: bijvoorbeeld over wie er wel of niet lid mocht worden en over de contributie, natuurlijk. Dan was het de kunst de zeurders af te kappen met een grapje, een kwinkslag. Mensen met een slok te veel op tot bedaren brengen en de rust herstellen. Kortom: de boel een beetje bij elkaar houden. Dat kon ik goed en vond ik leuk om te doen!’
Als koppels uit elkaar gingen kwam het nogal eens voor dat de vrouw, voorheen PI van de man, niet meer op De Kring mocht komen. Omdat hij een andere PI had, of omdat ze elkaar niet meer wilden zien.
PP: ‘Ik zorgde er dan voor dat zo’n vrouw toch kon komen. Als hij moeilijk deed mocht die man er niet meer in!

Michèle

Zo zorgde hij er ook voor dat Michèle op De Kring kon blijven komen hoewel ze het lidmaatschap als beginnend fotografe niet kon betalen. Haar oom en tante, Jan en Nicole Vrijman,vonden dat ze de voorzitter om raad moest vragen. Dat was Peter.
MP: ‘Hij stelde voor dat ik zijn PI kon worden. Dat ben ik nog steeds, al 45 jaar. Om elkaar te leren kennen nam ik Peter wel eens mee naar de opera, waar ik fotografe was. Toen ik uit mijn huis gezet werd, kon ik een kamer huren in het grote huis in de Vossiusstraat dat Peter samen met anderen had gekocht.’
Ze voegt eraan toe:  ‘Veel van Peters vrienden hebben daar bij hem gewoond. Peter is heel genereus en stond altijd klaar voor mensen die dit nodig hadden. Er zijn zoveel mensen voor wie Peter veel betekend heeft! Ook voor mij. Peter en ik hebben een intense vriendschap opgebouwd, daarna kwam er liefde. Dit jaar zijn we 39 jaar samen, waarvan 35 jaar getrouwd.’

Ze kregen twee dochters, verhuisden naar Bloemendaal om daar de kinderen groot te brengen, en toen dat volbracht was, verhuisden ze naar Bergen. Afstand maakte niet uit: de dinsdagtafel ging altijd door.

De dinsdagtafel

De dinsdagtafel-traditie begon in de vroege jaren ‘70. Als jonge promovendi deelden Peter Polak en Anne Kox een kamer op het Roeterseiland bij de Faculteit der Exacte Wetenschappen. Dat werd snel een vriendschap; ze konden met elkaar lachen tussen de wis- en natuurkundenerds; dronken na het werk een borreltje uit de fles jenever op hun kamer. Beiden promoveerden bij de door hen bewonderde hoogleraar theoretische fysica, Sybren de Groot. Die stuurde de filosoof Henk Mulder naar hen toe met vragen van natuurkundige aard.

Mulder was als filosoof verbonden aan het Instituut voor Grondslagenonderzoek, waar men zich bezighield met de kennisleer van de exacte wetenschappen. Hij deed onderzoek naar de Wiener Kreis, die in de jaren twintig in Wenen werd opgericht.
Dit gezelschap van vooraanstaande natuurkundigen en filosofen, legde de basis voor een wetenschapsfilosofie die wordt aangeduid met ‘logisch positivisme’ of ‘logisch empirisme’.
‘Een leuk stukkie natuurkunde,’ aldus Peter.

Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat hun voornaamste doel was de wetenschap en het denken te zuiveren van alle mogelijke irrationaliteit: de enige zinvolle uitspraken zijn gebaseerd op waarneembare feiten of moeten daartoe te herleiden zijn. Deze denktrant ging lijnrecht in tegen de ideologie van de Nazi’s, die werd gevoed door onderbuikgevoelens, alternatieve wetenschap en mystiek.

Peter en Anne schoven aan bij de werkgroep die zich onder leiding van Henk bezighield met de geschriften van de natuurkundige Moritz Schlick, de oprichter van de Wiener Kreis. Zij legden de natuurkundige aspecten daarvan uit aan de filosofen.
Die werkgroep was op dinsdag, en erna gingen ze met z’n drieën een hapje eten op De Kring, waar de gesprekken werden voortgezet.
Toen de werkgroep al ter ziele was bleven ze op dinsdag samenkomen: de traditie van de dinsdagtafel, door sommigen ook het filosofentafeltje genoemd, was geboren. Lucas van der Land kwam erbij, Frits Jans en Rien Bazen.
Anne: ‘De Wiener Kreis en de filosofie waren geen agendapunt, hoor. We spraken over van alles. Niet dat we het altijd eens waren, maar het bleef wel gezellig. Zes is een mooi aantal. Als er iemand wegviel, zochten we een nieuwe tafelgenoot. Caspar Broeksma kwam er bij, toen Rien Bazen overleed vroegen we Jeron Halewijn. Hans Roze hoort nu erbij en Herman de Liagre Böhl.’

De dinsdagtafel met van links naar rechts Hans Roze, Rien Bazen, Anne Kox, Herman de Liagre Böhl, Caspar Broeksma, Peter Polak, foto Marieke van Diemen 2004

De Verziekte Zwaan

De stoel van Peter Polak aan de dinsdagtafel is leeg. Hij zit in een rolstoel en woont inmiddels in een verzorgingstehuis. ALS is een wreed en zwaar lot! Laten we daarom eindigen met een lichtvoetige herinnering. Toen ik Peter vroeg naar het absolute hoogtepunt van zijn Kringcarrière, noemde hij meteen het 60-jarig jubileum van De Kring in Paradiso. Daar voerde hij een pas de deux op met zijn schoonzuster Leonie Polak, op muziek van het Zwanenmeer.
Op pagina 333 van het grote boek ‘Honderd jaar Kring’ staat de foto van het onsterfelijke duo: Peter Polak (niet Joop Admiraal zoals het onderschrift abusievelijk vermeldt) als ballerina in tutu en Leonie Polak als de verliefde prins Siegfried met een toque in haar kruis. Floris Guntenaar had de act bedacht en de decors ontworpen. Peter: ‘Naderhand werd ik aangesproken door mensen die zeiden dat ze het zo leuk hadden gevonden. Toen ik antwoordde dat ik de ballerina was, werd ik niet geloofd. Maar het was ook echt heel leuk! Als ik weg wilde vluchten van het toneel dan verschenen die poten van Floris om me terug te duwen.’
Hij glimacht, zijn gezicht licht op. ‘Ja, dat was een hoogtepunt!’  Zestig jaar lidmaatschap valt niet in een paar pagina’s te beschrijven. Peter heeft veel aan De Kring te danken: plezier, gezelligheid, vriendschappen, zijn dinsdagavondtraditie en Michèle!
De Kring heeft veel aan Peter te danken, zie bovenstaand rijtje en tel daar zijn successen als penningmeester en voorzitter bij op. Daarom nemen we afscheid in vriendschap en dankbaarheid.

Dank, lieve Peter, dank voor alles! We zullen je missen!

Peter als prima ballerina assoluta in ‘De Verziekte Zwaan’ met Leonie als prins Siegfried bij het 60-jarig jubileum in Paradiso, foto Ferry André de la Porte 1982