In Memoriam: Wim T. Schippers 1942 – 2026

Foto: Pieter Jongerhuis / Anefo – Nationaal Archief

In Memoriam door Rudie Kagie

Het overlijden van Kringlid Willem Theodoor Schippers (1942-2026) was een uitgelezen moment om de curieuze poëziebundel Eén per pagina (1975) van B. Servet weer eens door te bladeren. Iedereen dacht dat de dichter voluit Barend Servet heette, de alias van het typetje waarmee IJf Blokker (Fred Haché Show, Barend Servet Show, Barend is weer bezig) bij de VPRO televisiegeschiedenis schreef. In werkelijkheid was diens geestelijk vader Wim T. Schippers de auteur van het boekje. Op pagina 10 staat onder de titel ‘Dood’ het eenregelige vers: ‘niks aan te doen’ – een beknopte samenvatting van de Fluxus-ideologie en het daarbij inbegrepen relativeringsvermogen dat Schippers als geen ander tot stijl van leven had verheven. Hij had natuurlijk gelijk. Valt er goedbeschouwd iets diepzinnigers over de dood te zeggen dan dat er niets aan valt te doen?

Misschien was Schippers behalve scriptschrijver, (stem)acteur, programmamaker, zanger en presentator in de eerste plaats een begenadigd beeldend kunstenaar, zoals het ingelijste werk ‘Dr.’ (1998) aan de muur op de overloop naast de deur van het Kringrestaurant in al zijn eenvoud bewijst. Mooi, subtiel en krachtig – terwijl hij ook graag grensverleggend zijn bol mocht gaan (zijn performance van het ledigen een flesje limonade in de zee bij Petten haalde de voorpagina van The New York Times) of monumentaal uit de hoek kwam. Wie nooit in de verleiding kwam om over zijn conceptuele kunstwerk De Pindakaasvloer te lopen, heeft een essentiële ervaring gemist. Voor de kunstbeurs Tefaf in Maastricht maakte hij dit jaar van op straat gevonden materiaal een drie meter hoog kunstwerk. Titel: egeling acht. Die tekst was ontleend aan een vermoedelijk uit woede doormidden gebroken verkeersbord waar oorspronkelijk ‘wegsleepregeling van kracht’ op stond. 

Er was een tijd waarin Schippers graag en vaak op De Kring kwam. Hij maakte er kennis met de actrice Mimi Kok (1934-2014) die in de jaren zestig, zeventig en tachtig zowat op de sociëteit woonde. Dankzij hem verwierf ze nationale roem doordat ze als Gé Braadslee een prominente rol in televisieseries (De lachende scheerkwast, Het is weer zo laat ) vervulde.

Op De Kring manifesteerde Schippers zich minder nadrukkelijk dan de vrouwenjagers, alcoholisten, vechtersbazen en bohemiens van zijn generatie die meenden dat voor een BN’er grensoverschrijdend gedrag bij het lidmaatschap was inbegrepen. Schippers bleef in de luwte en koesterde de ontregeling en het misverstand. In het restaurant ging hij ooit staan, tikte met zijn vork tegen het wijnglas en vroeg: ‘Mag ik even uw aandacht?’ De hoofden draaiden zich eensgezind in zijn richting, maar de spreker had gesproken en ging weer zitten. Had hij toch ‘even’ de aandacht gekregen waar hij om vroeg. Bij de opening van een expositie op De Kring onderbrak hij de inleider die op het punt stond om iets te zeggen met: ‘Harder!’ – omdat er nu eenmaal altijd iemand is die bij zo’n gelegenheid ‘harder!’ roept. Een boekverkoper begroette hij met de woorden: ‘En…? Nog wat verdiend vandaag?’ Vanaf zijn barkruk riep hij in de richting waar twee vrouwen met elkaar in gesprek waren: ‘Kunnen jullie iets harder praten? Op deze manier kan ik er niets van verstaan.’

Tegenover journalisten was hij terughoudend – en ik kan dat weten want ik mocht hem twee keer voor een blad interviewen. Dat waren ondanks onze prettige verstandhouding moeizame gesprekken. Hij had er gewoon geen zin in. Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman werkten twee jaar aan een boek over Schippers, waar hij uiteindelijk zijn veto over uitsprak. Achteraf wellicht begrijpelijk. Iemand die het publiek constant op het verkeerde been zet en de boel bij voorkeur in de war schopt, houdt de chaos graag onder controle. Hij had een hekel aan toelichten, het werk moest voor zichzelf spreken.

Kringlid en voormalig hoofdredacteur VPRO-radio Jan Haasbroek schrijft in zijn gedenkboek Waar gaat dit eigenlijk over? 100 jaar VPRO dat Schippers voor hem de kern raakte van waar het in de gouden jaren bij de zendgemachtigde om draaide. ‘Je moet de zinloosheid van het bestaan sportief opvatten’, zei hij – en daar was feitelijk alles mee gezegd.