I.M. George Oostdijk (1963-2022)

Publicatiedatum originele bericht: 14 juni 2022

De eerste keer dat ik George tegenkwam was bij mij thuis. Ik moest hem interviewen voor de Kringcirculaire. Hij was onze nieuwe DJ en wij lezers wilden weten wie hij was. Dus werd hij ontboden. Zo ging dat.

De eerste keer dat ik George tegenkwam was bij mij thuis. Ik moest hem interviewen voor de Kringcirculaire. Hij was onze nieuwe DJ en wij lezers wilden weten wie hij was. Dus werd hij ontboden. Zo ging dat.

Veel zin had hij er trouwens niet in, hij leek onrustig en raffelde de antwoorden op mijn vragen een beetje af. Kan gebeuren, dacht ik. Dus na een kwartier leidde ik hem alweer naar de voordeur. Toen gebeurde er iets vreemds. We bleven nog even op de stoep staan dralen, alsof er nog iets moest komen dat vergeten was.

`En Wally’, zei die.

`Wally?’, zei ik.

`Ja, en ik speel bij Wally’.

Omdat ik de week tevoren naar een documentaire over Wally had gekeken. Omdat die documentaire ging over het niet verschijnen van de laatste CD van Wally. Omdat het niet verschijnen iets te maken had met een schuld die Wally had opgebouwd. En omdat het laatste shot een afwijzende brief van Virgin was die Wally verscheurde en in de Amstel liet wegwaaien. Omdat die documentaire mij zeer had ontroerd en ik me over die afwijzing enorm had zitten opwinden. En omdat de muziek die bij de beelden te horen was zo goed klonk en omdat dat nou net de muziek was die op die niet uit te brengen CD stond. En omdat George mij nu vertelde dat hij meespeelde op die CD, gingen we weer naar binnen. Om daarna voor altijd vrienden te blijven.

George genoot ervan om bij mij in de auto te zitten. Op weg naar Hilversum bijvoorbeeld, naar Virgin, om daar even een en ander recht te zetten. ‘Get yer ya-ya’s out’, mocht dan altijd iets harder. Vooral het gelul van de aankondiging voor het eerste nummer. ‘ …. seems to be ready, are you ready?’ En dan die eerst aanslag van Keith. POEM.

`Waarom is die zo goed, George?, die eerste aanslag?’

`Hij is goed omdat hij extra hard is, omdat Keith tweesnaren raakt.’

Voor mij was dat enorm genieten. Twee snaren had-ie gezegd. Twee! Hoe hoor je dat nou? Maar hij had gelijk! Je hoorde duidelijk twee snaren. POEMOEM, twee dus. Dichter bij de rock & roll en de echte jongens zou ik nooit komen, in dit geheim was ik nu mooi ingewijd.

Ik denk dat het ook al vrij snel tijd werd voor de bijnamen. Alles wat mekaar liefheeft geeft elkaar een bijnaam. George had er al een uit het verleden, ik denk dat die van Marcel Kruup afkomstig was. Marcel Kruup, die ik zelf Johnny Weissmuller noemde omdat hij veel op Tarzan leek, was indertijd partner DJ van George. De oude bijnaam van George was dus afkomstig van Johnny en leek op het eerste gezicht weinig flatteus, maar het was bij nader inzien wel een mooie: de Soepstengel.

Niet lang daarna werd het tijd voor iets eigens en dus een andere bijnaam. George en ik waren tenslotte een nieuw project begonnen en nieuwe bezems hebben ook nieuwe namen nodig, immers. Ik kende al een George, die eigenlijk Sjors heette, en die een onwijs mooie had.

`Soepstengel, mag ik jou Kippendief noemen? Sjors de Kippendief?’

Het was geen probleem. Trots aanvaarde Sjors `zijn nieuwe’, Sjors de Kippendief. In snel spraakgebruik, later ook wel afgekort tot: `Kippen’.

Zelf werd ik door Kippen niet lang daarna alleen nog maar aangesproken met `De Kolonel’, afgekort `Kolo’ of `De Kolo’, naar `Kolonel Parker’, Amerikaanse kermisdirecteur, oplichter en boef, van Nederlandse komaf en manager van Elvis. Parker als symbool van de nietsontziende geldwolf die Elvis tenslotte afhankelijk van drugs maakte en naar de afgrond bracht. Tevreden aanvaardde ik op mijn beurt mijn nieuwe bijnaam.

George was een gevoelige en slimme jongen, die uiteindelijk precies heeft gedaan wat hij wilde doen. Hij ging niet naar school, want hij kon al iets. Hij had talent en was muzikaal en werd toegelaten op het conservatorium. Een jaar lang toonladders spelen was ook niet alles en daarom is hij vervolgens in een rock & roll band gegaan. `Or play for a rock & rollband that needs a helping hand’ (Maggie May). En daarmee heeft hij muziek gemaakt en op het podium gestaan. Iets wat wij, jongens, allemaal hadden moeten doen, maar waar we het talent of het lef niet voor hadden en daarom kleurloos gebleven zijn.

George had een klote lichaam. Vanaf 2003, het jaar waarin Wally Tax overleed, ging het vaak al niet meer goed met Kippen. Ziekenhuis in en ziekenhuis uit. Ik herinner mij een keer toen hij net ontslagen was, dat ik hem ophaalde om een stuk te gaan rijden. We reden heerlijk door de ijskoude, mistige, en met sneeuw overdekte polders bij Waterland. ‘Get yer ya-ya’s out’, keihard.

`Het lijken wel de eeuwige jachtvelden’, zei ik.

`Ja, mooi hè,’ zei die.

Het ga je goed daar, Kippen.

HV

‍